FAQ
Algemeen
Een asbestinventaris betreft een omschrijving en opsomming van asbesthoudende materialen in een gebouw of werkzone.
Het attest omvat volgende informatie: welke materialen of gebouwonderdelen astbesthoudend zijn, wat de staat hiervan is en hoe het veilig kan beheerd of verwijderd worden. In Vlaanderen is sinds november 2022 een asbestattest verplicht bij de verkoop of schenking van woningen en gebouwen ouder dan 2001 met een minimale oppervlakte van 20m². Tevens zal een asbestattest voor alle gebouweigenaars verplicht worden vanaf 2032.
In Brussel en Wallonië is dit niet van toepassing.
Binnen vier maanden na de ondertekening van het huurcontract, online via MyMinFin of per post. Als de registratie later gebeurt, kan er een boete voor te late registratie worden opgelegd. In de praktijk gebeurt de registratie meestal door de huurder.
Voor alle niet-residentiële panden met een aktedatum vanaf 1 januari 2021 geldt de verplichting omtrent energetische renovatie. Elk niet-residentieel gebouw dat overgedragen wordt binnen de 5 jaar in Vlaanderen moet aan 4 energiebesparende maatregelen voldoen. De renovatieverplichting voor niet-residentieel vastgoed beperkt zich tot het niveau van de onderdelen van de eenheid die overgedragen wordt. De minimale te nemen maatregelen zijn:
- de dakdelen moeten aan een minimale R-waarde voldoen;
- de beglazing mag een maximale toegelaten R-waarde kennen van 1W²/K;
- warmte-opwekkers ouder dan 15 jaar dienen vervangen te worden;
- koelinstallaties ouder dan 15 jaar dienen vervangen te worden.
Bijkomend zal moeten worden voldaan aan het behalen van een minimaal te behalen energielabel. De EPC-plicht is sinds januari 2023 van toepassing voor alle overdrachten. Daarenboven wordt een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine niet-residentiële gebouwen.
Een kleine niet-residentiële gebouweenheid houdt in:
- onroerend goed met een niet-residentiële hoofdbestemming
- maximaal bruikbare vloeroppervlakte van 500m²
- het maakt geen deel uit van een groot niet-residentieel geheel. Het geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen hezelfde gebouw heeft een bruikbare vloeroppervlakte van maximaal 1000m² en bevat geen niet-residentiële gebouweenheid die groter is dan 500m².
Eigenaars van een kleine niet-residentiële gebouweenheden kunnen kiezen voor een aangepast traject met een energieprestatiecertificaat voor kleine niet-residentiële eenheden.
Een natuurlijke of rechtspersoon die garant staat voor de huurder ingeval een van de voorwaarden van het huurcontract niet wordt nageleefd (zoals de betaling van de huur, enz.).
Een opschortende voorwaarde is voorwaarde in een overeenkomst waarbij koper en verkoper hun verbintenis laten afhangen van een voorwaarde en de vervulling hiervan. Met andere woorden treedt de overeenkomst pas in werking van zodra de voorwaarde voldaan is. Het meest gebruikelijk is dat deze worden opgesteld door de kandidaat-koper.
Een Ruimtelijk Uitvoeringsplan of RUP is een plan van een bepaald gebied dat de bodembestemming vastlegt. Oude bestemmingsplannen, gewestplannen, een bijzonder plan van aanleg of een ouder RUP wordt vervangen door het ruimtelijk bestemmingsplan indien van toepassing.
Sinds de Belgische antiwitwaswet van 2017 is het verplicht voor venootschappen, vzw’s en stichtingen om toereikende, accurate en actuele informatie in te winnen en bij te houden over hun uiteindelijke begunstigden. Dit wettelijk kader is opgesteld tot voorkoming van het witwassen van geld afkomstig uit verdachte of criminele bron en de financiering van terrorisme. De antiwitwasrichtlijn toegepast op de vastgoedmakelaardij is gericht op de verkoop en verhuur van bemiddelingsdiensten en dus exclusief de syndici. Uit de Antiwitwaswet vloeien een aantal verplichtingen voort voor de vastgoedmakelaar, namelijk:
- de identificatie van cliënten
- het cliënt-acceptatiebeleid
- meldingsplicht
- bewaringsverplichting
- opleidingsplicht
- aanduiden van antiwitwasverantwoordelijke
- opmaken van jaarverslag over de toepassing van de wet binnen het kantoor
- betaling van jaarlijkse bijdrage aan CFI
Bijkomend verplicht de Belgische antiwitwaswet vennootschappen, vzw’s en stichtingen om nauwkeurige en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigden in te winnen en bij te houden.
Het UBO register is een overzicht van alle ‘Ultimate Beneficial Owners’ of ‘uiteindelijke begunstigden’ van een vennootschap of andere juridische entiteiten in geregistreerd zijn.
Bij een aankoopbelofte belooft de koper tegen een bod en eventuele voorwaarden het onroerend goed aan te kopen. Deze belofte wordt door beide partijen ondertekend is bindend voor de koper gedurende de overeengekomen duur.
Soms wordt op basis van de aankoopbelofte meteen een notariële akte opgesteld, soms wordt nog overgegaan tot het opstellen van de compromis. Een aankoopbelofte is een bindend document, al is deze wel soepeler dan een compromis aangezien men niet gebonden is aan de termijn van 4 maanden waarbinnen de notariële akte verleden moet worden.
Een compromis of onderhandse verkoopovereenkomst is een schriftelijke overeenkomst tussen koper en verkoper. Vanaf dat de onderhandse verkoopovereenkomst is ondertekend of het moment waarop de opschortende voorwaarde is vervuld gaat de termijn van 4 maanden van start waarbinnen de verkoop geregistreerd moet worden.
Voorkooprecht en voorkeursrecht zijn twee begrippen die sterk op elkaar lijken, maar toch een andere betekenis hebben. Beide begrippen geven recht op een aankoop bij voorrang.
Een voorkeursrecht is een recht dat conventioneel overeengekomen is tussen 2 partijen waarbij de eigenaar van een onroerend goed zich verbindt om eerst met de begunstigde van het voorkeursrecht te onderhandelen bij verkoop.
Een voorkooprecht is een wettelijk recht om een goed bij voorrang aan te kopen. Ondanks de verkoper reeds een verkoopovereenkomst heeft afgesloten met een andere kandidaat-koper.
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om de verhuur van professioneel vastgoed te onderwerpen aan BTW op voorwaarde dat huurder en verhuurder akkoord zijn. Hierdoor kan de verhuurder de oprichtingskosten van het onroerend goed verminderen met BTW. En kan de huurder de aangerekende BTW in aftrek brengen.
Het optioneel BTW-stelsel laat toe dat huurder en verhuurder gezamenlijk kiezen om de huur aan BTW te onderwerpen. Dit kan, mits het respecteren van onderstaande voorwaarden:
- de huurder moet een BTW-plichtig persoon zijn
- De huurder moet het goed exclusief aanwenden voor zijn/haar economische activiteit
- het gaat om een gebouw of een gedeelte van een gebouw
- het goed moet nieuw zijn
- de partijen moeten blijk geven van hun uitdrukkelijk akoord om BTW toe te passen.
Op voorgaande regelgeving zijn enkele uitzonderingen van toepassing, zoals een verhuur van een gemeubeld logies met andere diensten in het aanbod, voor kleine ondernemingen en een kortdurende verhuur op residentiële panden.
Bij de verkoop van een bedrijfspand komt de nodige administratie bij kijken.
In België zijn volgende documenten essentieel bij de verkoop van een pand opdat de koper voldoende geïnformeerd zal zijn. Eigendomstitel, kadastrale legger, uittreksel van het plannen en vergunningsregister, bodemattest, voorkooprechten, onroerend erfgoed, risicozone voor overstromingen. Daarenboven zijn volgende documenten slechts noodzakelijk wanneer deze toepasselijk zijn op de over te dragen grond en het over te dragen goed. Verkavelingsvergunning, informatie mede-eigendom, stookolietank en de milieuvergunning.
In Vlaanderen is de watertoets verplicht bij verkoop. Voor niet-industriële panden zijn ook het energieprestatiecertificaat (EPC), een asbestattest en informatie over de renovatieplicht verplicht. Een asbestattest is slechts verplicht voor gebouwen ouder dan 2001 met een compromisdatum van 23 november 2022 of later en moet voorzien worden door de verkopende partij.
In Brussel en Wallonië is slechts het energieprestatiecertificaat verplicht.
Industrie
Wanneer de aankoop van een industrieel bedrijfsgebouw, of een gedeelte daarvan, volledig onder het BTW-stelsel valt, is de betaalde BTW voor de meeste vennootschappen terugvorderbaar. Voor een particulier daarentegen vormt dit een kost. Indien het gebouw in eigen gebruik is en binnen 15 jaar na aankoop wordt verkocht, moet de gerecupereerde BTW pro rata worden terugbetaald. Indien het gebouw binnen 25 jaar wordt verhuurd, is eveneens de gerecupereerde BTW pro rata verschuldigd.
Bij het in- of uittreden van een industrieel pand is het aan te raden een plaatsbeschrijving op te laten stellen. Dit gebeurt meestal door een aangewezen expert, zodat de staat van het pand nauwkeurig wordt gedocumenteerd. De kosten voor het opstellen van de plaatsbeschrijving worden doorgaans door beide partijen gedeeld.
Hoewel een plaatsbeschrijving niet altijd wettelijk verplicht is, biedt het zowel huurder als verhuurder zekerheid en bescherming bij eventuele discussies over de staat van het pand.
Een gewestplan geeft de gebiedscategorieën weer, terwijl de gemeentelijke plannen de bestemmingen van de gebieden verder detailleren. Deze plannen geven de algemene bestemmingen aan, maar bevatten ook specifieke voorschriften voor de toegelaten activiteiten. Oude bestemmingsplannen, gewestplannen, bijzondere plannen van aanleg of oudere RUP’s worden, indien van toepassing, vervangen door het ruimtelijk bestemmingsplan. Een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) is een plan voor een bepaald gebied dat de bodembestemming vastlegt.
Een huurwaarborg kan op verschillende manieren worden geregeld, afhankelijk van de afspraken tussen huurder en verhuurder en de geldende wetgeving. De meest voorkomende vormen zijn een bankwaarborg, een verzekerings- of garantiefonds en een contante storting.
Bij een bankwaarborg hoeft de huurder geen geld te storten. De bank neemt het bedrag van de waarborg op zich als garantie voor de verhuurder en betaalt dit alleen uit indien nodig, bijvoorbeeld bij schade of niet-betaling van de huur.
Een verzekerings- of garantiefonds werkt op een vergelijkbare manier: een erkende instelling fungeert als tussenpersoon en staat garant voor de verplichtingen van de huurder tegenover de verhuurder.
Een contante storting gebeurt minder vaak en is wettelijk gebonden aan specifieke regels. Het gestorte bedrag moet in dat geval op een geblokkeerde rekening worden geplaatst bij een bank, zodat het veilig wordt beheerd en correct kan worden terugbetaald aan het einde van de huurperiode.
Het doel van de huurwaarborg is in alle gevallen om de verhuurder te beschermen tegen eventuele schade of niet-betaling van huur, terwijl de huurder verzekerd is dat het bedrag veilig wordt beheerd en correct wordt terugbetaald aan het einde van de huurperiode. Een huurwaarborg is niet verplicht, dit dient opgenomen worden in de huurovereenkomst.
Een bedrijfsverzamelgebouw is een gebouw dat is opgedeeld in kleinere units en waarin meerdere bedrijven zijn gehuisvest. Vaak zijn er gemeenschappelijke voorzieningen aanwezig, zoals doorgangen, laad- en loszones of parkeerplaatsen. Meestal wordt er een syndicus aangesteld om het onderhoud en beheer van deze gemeenschappelijke ruimtes in goede banen te leiden. In vergelijking met business centers of kantoorconcepten bieden bedrijfsverzamelgebouwen doorgaans minder aanvullende services.
Een bodemattest wordt uitgereikt door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) en geeft aan of OVAM over aanvullende informatie beschikt omtrent de bodemkwaliteit van een perceel.
Een perceel wordt opgenomen in het Grondeninformatieregister (GIR) wanneer er op die grond activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden die een risico op bodemverontreiniging met zich meebrengen. Indien het om een risicogrond gaat, dient de verkoper een oriënterend bodemonderzoek te laten uitvoeren. Het is echter belangrijk op te merken dat een perceel dat in het GIR is opgenomen, niet automatisch als risicogrond wordt beschouwd. Wanneer een perceel niet in het GIR is opgenomen, wordt een blanco bodemattest afgeleverd, wat betekent dat OVAM geen relevante gegevens heeft over dat perceel.
Het bodemattest is vereist bij iedere overdracht van een perceel, zowel bebouwd als onbebouwd. Het kan worden aangevraagd per post, via uw notaris of online via het OVAM-webloket.
Een blanco bodemattest wordt meestal binnen veertien dagen na ontvangst van de aanvraag afgeleverd, hoewel dit vaak sneller gaat. Voor een perceel dat wel in het GIR is opgenomen, wordt het bodemattest binnen zestig dagen na aanvraag verstrekt.
Bij de verhuur van een opslagruimte is in principe het gemeen huurrecht van toepassing, maar hierop bestaan enkele uitzonderingen. Indien de activiteiten die in het magazijn worden uitgeoefend rechtstreeks in contact staan met het publiek, dient er een handelshuurovereenkomst te worden opgemaakt. Wanneer de opslagruimte deel uitmaakt van een bedrijvencentrum, is een terbeschikkingstellingscontract van toepassing.
Bij de verkoop van een bedrijfspand komt de nodige administratie bij kijken.
In België zijn de volgende documenten essentieel bij de verkoop van een pand, zodat de koper voldoende geïnformeerd is: eigendomstitel, kadastrale legger, uittreksel van het plannen- en vergunningsregister, bodemattest, voorkooprechten, informatie over onroerend erfgoed en, indien van toepassing, informatie over risicozones voor overstromingen.
Daarnaast zijn de volgende documenten alleen vereist wanneer ze toepasselijk zijn op het over te dragen perceel of gebouw: verkavelingsvergunning, informatie over mede-eigendom, aanwezigheid van stookolietanks en milieuvergunning.
In Vlaanderen is de watertoets verplicht bij de verkoop van een pand. Voor niet-industriële panden zijn daarnaast ook het energieprestatiecertificaat (EPC), een asbestattest en informatie over de renovatieplicht vereist. Het asbestattest is verplicht voor gebouwen ouder dan 2001, met een compromisdatum van 23 november 2022 of later, en moet door de verkopende partij worden voorzien.
Bij de aankoop van een bedrijfsgebouw betaal je uiteraard de aankoopprijs, maar daarnaast zijn er ook verschillende bijkomende kosten waarmee rekening moet worden gehouden. Denk hierbij aan BTW of registratierechten, notariskosten, inschrijvingskosten bij een hypothecaire lening, opmetingskosten indien deze nog niet zijn uitgevoerd, kosten voor de statutenakte, kosten in geval van mede-eigendom, en eventueel beheerskosten bij een bedrijvenpark of industriezone, enzovoort. Deze bijkomende kosten zijn belangrijk om mee te nemen bij het bepalen van het totale budget voor de aankoop van een bedrijfsgebouw.
De lasten en kosten komen bovenop de huurprijs en zijn ten laste van de huurder. Bijkomende kosten waarmee rekening dient te worden gehouden, kunnen onder andere zijn: huur- of bankwaarborg, registratie van de huurovereenkomst, kosten van de plaatsbeschrijving indien van toepassing, huurdersaansprakelijkheidsverzekering, vergunningsaanvragen én ook de onroerende voorheffing wordt doorgerekend aan de huurder.
De gemeenschappelijke lasten binnen een mede-eigendom worden hieronder opgesomd. Deze opsomming is niet-limitatief: syndicus, blokpolis, groenonderhoud, energieverbruik, enz.
Offices
Een standaard kantoorhuur loopt 9 jaar, met vaak een opzeggingsmogelijkheid na 3 en/of 6 jaar.
Meestal geldt die mogelijkheid voor beide partijen, maar het contract bepaalt dat precies.
In de praktijk is het zeldzaam dat de verhuurder opzegt. Als dat gebeurt, is het meestal omwille van renovatie of herontwikkeling van het gebouw.
Ons advies: ga steeds in gesprek met de eigenaar om samen een oplossing en duidelijke planning te vinden.
Dat hangt af van het werkconcept en de activiteiten in het kantoor.
Gemiddeld heeft een medewerker 7 tot 9 m² nodig voor de eigen werkplek. Daarbovenop komt ruimte voor doorgang, vergaderingen en gemeenschappelijke zones. In totaal komt dat neer op ongeveer 11 tot 15 m² netto per persoon.
Kantoren worden echter aangeboden in bruto verhuurbare oppervlakte (BVO) — dat is de totale oppervlakte inclusief muren, gangen en gedeelde delen. Reken daarom in de praktijk op 15 tot 20 m² BVO per werkplek.
Een verhuis is dan zeker niet uitgesloten.
Er bestaan ook instapklare kantoren, die nog ingericht zijn door de vorige huurder. Dat aanbod is beperkter, maar laat je toe om aanzienlijk te besparen.
Voorzie wel een klein budget voor lichte aanpassingen (bijv. wanden verplaatsen of schilderen), zodat de ruimte beter past bij jouw organisatie.
Vaak wel.
Als er bij de start van het huurcontract een plaatsbeschrijving werd opgemaakt en er een wederinstaatstellingsclausule in het contract staat, moet het kantoor aan het einde van de huur teruggebracht worden in de oorspronkelijke staat.
Is er geen plaatsbeschrijving, dan geldt de regel van de goede huisvader: het pand moet netjes worden teruggegeven, met normaal gebruiksslijtage inbegrepen.
In de praktijk vragen eigenaars bijna altijd om de wederinstaatstelling contractueel vast te leggen, tenzij ze expliciet afzien van die verplichting.
Kantoren worden meestal verhuurd in casco+ staat. Dat betekent: het gebouw is wind- en waterdicht en voorzien van basisafwerking zoals vloerbekleding, plafonds, HVAC (verwarming, ventilatie, airco), verlichting en sanitair.
De huurder staat in voor de verdere inrichting: tussenwanden, bekabeling, keuken, vergaderruimtes, enzovoort.
Reken op een minimum van €300/m² voor een standaardinrichting (exclusief meubilair en HVAC-aanpassingen).
Voor een meer verfijnde afwerking kan dat oplopen tot €1.000/m² of meer.st indien gewenst.
Een kantoorgebouw stijgt doorgaans niet automatisch in waarde zoals woningen dat soms doen. Kantoren worden intensief gebruikt en technische installaties verouderen sneller.
Daarom ligt het rendement meestal hoger (ongeveer 6% tot 9%), maar is de waardestijging beperkt.
Een kantoor is dus eerder een inkomensinvestering dan een beleggingsobject dat in waarde toeneemt. Wel kan de waarde behouden blijven als het gebouw goed onderhouden, energie-efficiënt en strategisch gelegen is.
Ja. Naast de maandelijkse huur betaal je meestal ook gemeenschappelijke lasten.
Daaronder vallen kosten voor het onderhoud van inkomhal, liften, poetsdiensten, verwarming of airco in gemeenschappelijke delen en soms de onroerende voorheffing (afhankelijk van het contract).
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komen daarbovenop nog gewestelijke en gemeentelijke kantoorbelastingen.
Als richtlijn kan je rekenen op:
- Gemeenschappelijke lasten: gemiddeld €25 tot €40/m²/jaar
- Taksen: gemiddeld €10 tot €30/m²/jaar in Vlaanderen en €30 tot €65/m²/jaar in Brussel
Vraag altijd een duidelijke opsplitsing tussen huur, lasten en belastingen vóór je het contract ondertekent.
Retail
De commerciële huurovereenkomst heeft een looptijd van 9 jaar en kan drie keer worden vernieuwd. Het is steeds mogelijk om de overeenkomst op het einde van elke driejarige periode op te zeggen. De laatste mogelijke optie is een kortlopende huurovereenkomst van maximaal één jaar. Indien dit contract zou worden verlengd, gebeurt dit uitsluitend via een negenjarige overeenkomst die onder de wet op de commerciële huur valt.
Ja, maar de uitgeoefende activiteit moet vergelijkbaar zijn, en de overdrager blijft verantwoordelijk voor alle verplichtingen voortvloeiend uit de overgedragen huurovereenkomst. Nee, indien het huurcontract een verbod op overdracht van de huur of op onderverhuur bevat. De uitdrukkelijke toestemming van de verhuurder is dan noodzakelijk.
Eigendomstitel, kadastrale legger, uittreksel van het planregister en vergunningen, stedenbouwkundige inlichtingen, bodemattest, onroerende voorheffing, voorkooprecht, ligging in overstromingsgebied (exclusief specificaties/regio).
De huurder kan de huurovereenkomst beëindigen per aangetekende brief, zes maanden vóór het einde van elke driejarige periode, zonder motivering. Buiten deze periode is hij niet gerechtigd het contract te verbreken zonder een schriftelijke toestemming van de verhuurder. Wat de verhuurder betreft: tenzij dit uitdrukkelijk in het huurcontract is opgenomen, kan hij de overeenkomst niet voortijdig beëindigen. Zijn enige mogelijkheid om het contract te beëindigen is wegens persoonlijke bewoning door hemzelf of zijn familie, mits een opzegtermijn van minimaal één jaar wordt gerespecteerd.
Hotel Restaurant Café. Zodra er ter plaatse wordt geconsumeerd en/of ter plaatse wordt bereid, is een HoReCa-bestemming verplicht om dit type activiteit uit te oefenen. Meestal is hiervoor een vergunning vereist die moet worden aangevraagd bij de bevoegde autoriteiten.
Commerciële huurcontracten vallen onder de Belgische wet van 30/04/1951. Ze zijn van toepassing op de verhuur van onroerend goed voor commerciële of ambachtelijke doeleinden. Een commerciële huurovereenkomst is een contract tussen de verhuurder en de huurder. Alle commerciële huurcontracten hebben een wettelijke looptijd van minimaal 9 jaar, met de mogelijkheid tot opzegging om de drie jaar. Onder voorbehoud van een overeenkomst tussen beide partijen kan het commerciële huurcontract voortijdig worden beëindigd.
Dit maakt het mogelijk om in één enkele transactie alle onroerende goederen te verkopen, waarbij de liquiditeiten rechtstreeks als natuurlijke persoon worden onttrokken. Bovendien is het fiscaal voordeliger en bespaart het administratiekosten.
Nee. Men moet aan de verhuurder een verzoek tot hernieuwing richten per aangetekende brief of via een gerechtsdeurwaarder, tussen de 18de en de 15de maand vóór het einde van de huurovereenkomst. Zodra deze termijn verstreken is en de huurder geen verzoek heeft ingediend, heeft de verhuurder het recht om een nieuwe huurder te zoeken.